Menu

Lavendel planten lukt beter met zon en droge voeten

Wil je lavendel langs een pad, in een border of op je terras planten? Met een zonnige plek, passende plantafstand en grond die niet langdurig nat blijft, geef je de plant een goede start.

Terracotta pot met bloeiende lavendel op zonovergoten tuinpad tussen borders

Een lavendel kan in een tuinrand, losse border of pot op een zonnig terras groeien, maar dezelfde aanpak past niet bij elke plek. Vooral de afvoer van regenwater en de ruimte die de plant later inneemt, bepalen waar hij goed kan aanslaan. Kijk daarom eerst naar zon, bodem en de uiteindelijke grootte van de gekozen cultivar. Daarna kun je bepalen wanneer je plant, hoeveel ruimte je laat en hoe je de wortelkluit in de volle grond of pot zet.

Welke plek past bij lavendel?

Kies eerst een plek met veel direct zonlicht en grond waar regenwater weg kan. Lavendel kan in een border, langs een pad of in een pot groeien, maar langdurig natte grond en schaduw passen minder goed. Volgens de RHS-groeigids voor lavendel bloeit de plant op zijn best in de volle zon en in goed doorlatende grond. De gids raadt aan lavendel in april of mei te planten en waarschuwt voor planten in de winter, wanneer jonge wortels kwetsbaar zijn in koude, natte grond. Dat zijn richtlijnen uit Britse tuinomstandigheden; kijk in Nederland vooral naar de toestand van je eigen bodem en de informatie op het plantenlabel.

Observeer je tuin op verschillende momenten van de dag. Een plek die ’s ochtends zon krijgt, kan ’s middags beschaduwd raken door een schutting of gebouw. Let ook op regenwater: blijft het na een bui staan, of zakt het snel weg? Op een compacte, zware bodem is een zonnig hoekje niet genoeg als de wortels nat blijven. Een verhoogde plek of een ruime pot kan dan geschikter zijn. Milieu Centraal adviseert bij de keuze van tuinplanten om rekening te houden met de omstandigheden van de eigen tuin; gebruik dus ook de zon- en bodemomstandigheden als plantkeuze-criterium, zonder een plant uitsluitend op bloemkleur te kiezen.

Welke soort en plantafstand kies je?

Lavendel is een verzamelnaam voor verschillende soorten en cultivars, oftewel gekweekte varianten met eigen eigenschappen. Ze verschillen in formaat, bloeitijd en winterhardheid. De RHS beschrijft Engelse lavendel en de hybriden daarvan als doorgaans robuuster voor buiten dan Franse en andere minder winterharde types. Controleer het etiket voordat je een soort kiest voor een vaste plek in de volle grond. Een cultivar die als compact wordt verkocht, kan nog steeds breder worden dan de pot waarin je hem koopt.

Bepaal de afstand aan de hand van het uiteindelijke formaat en het doel van de aanplant. Voor groepen lavendel geeft de RHS ongeveer 90 centimeter tussen planten; voor een haag noemt de gids 30 centimeter, of 45 centimeter bij grotere cultivars. Dit zijn verschillende situaties, geen universele afstand voor iedere lavendel. Bij een los groepje mag ruimte tussen de planten zichtbaar blijven. Voor een gesloten rand plant je dichter bij elkaar, maar alleen als de gekozen planten ook op die afstand voldoende ruimte krijgen wanneer ze volgroeid zijn.

Een pot is een alternatief voor een natte tuinbodem of een terras. De RHS noemt een pot met een diameter van 30 tot 40 centimeter en grote drainagegaten. Houd er rekening mee dat potgrond sneller uitdroogt dan volle grond en dat de wortels in een pot meer aan winterkou blootstaan. De plek moet zonnig zijn, maar zet de pot zo nodig beschut tegen langdurige winterregen. Zet een pot niet in een dichte sierpot waarin overtollig water blijft staan.

Hoe plant je lavendel stap voor stap?

  1. Maak de plek klaar. Verwijder onkruid en maak de aarde los waar je gaat planten. Is de bodem zwaar en blijft hij nat, kies dan een verhoogde plek in plaats van de plant in een kuil te zetten. De RHS adviseert voor zware grond een verhoogde rug of bed van 20 tot 30 centimeter, zodat de wortels minder snel in natte grond staan.
  2. Controleer de plant en de ruimte. Haal de lavendel uit de kweekpot en bekijk de wortelkluit. Meet de tussenruimte af op basis van het gekozen type en of je een groep of haag maakt. Zet de planten eerst op hun plek en kijk of de indeling ook vanaf het terras of pad goed uitkomt.
  3. Maak een plantgat. Maak het gat breed genoeg voor de kluit. Plaats de lavendel op dezelfde diepte als in de kweekpot; begraaf de stengels niet dieper. Vul rondom aan met de uitgegraven aarde en druk die voorzichtig aan, zodat de plant stevig staat zonder de grond dicht te stampen.
  4. Geef water en controleer de afvoer. Geef na het planten water zodat de aarde rond de wortels aansluit. Laat overtollig water wegzakken. In een pot moeten de drainagegaten open blijven. Voor potten adviseert de RHS een mengsel met grof grit om de afvoer te verbeteren, tot 25 procent van het volume; volg bij twijfel de aanwijzingen van het gebruikte potmedium en het plantenlabel.

Hoe zie je of de lavendel goed aanslaat?

Controleer in de eerste weken of de plant stevig blijft staan en of de grond rond de wortelkluit niet langdurig nat is. Geef tijdens de eerste zomer regelmatig water, zoals de RHS adviseert, maar stem dat af op regen, temperatuur en de vochtigheid van de grond. Een vaste hoeveelheid of kalender past niet op elke tuin. In een pot droogt het beperkte volume sneller op; kijk daarom vaker dan bij een plant in de volle grond.

Let op de groeiplek na regen. Als water in het plantgat blijft staan, kan de afvoer onvoldoende zijn. Verplaats een jonge plant zo nodig naar een hogere plek of kies een pot met vrije drainage. Voeg niet automatisch veel voeding toe: de RHS vermeldt dat lavendel geen rijke grond nodig heeft en doorgaans geen bemesting vraagt. Het advies van Milieu Centraal om planten af te stemmen op de plek helpt ook bij andere keuzes in de border, zoals hortensia’s. Die vragen bij het snoeien een andere aanpak dan lavendel; de snoeitijd van hortensia’s hangt onder meer af van het type.

Een plant die na het planten blad verliest of niet direct groeit, vraagt eerst om een controle van vocht, drainage en standplaats, niet meteen om extra mest of water. Vergelijk de huidige omstandigheden met het etiket en kijk of de kluit nog vochtig is. Zo kun je een probleem met natte grond onderscheiden van uitdroging. Als de lavendel op een zonnige, goed doorlatende plek staat en nieuw blad vormt, is dat een bruikbaarder teken van aanslaan dan alleen de bloemkleur of de groei in de eerste dagen.

Een fout op deze pagina? Laat het de redactie weten.