Menu

Met een border in de tuin maak je ruimte voor kleur en structuur

Een lege strook langs het terras of de schutting kan lastig in te richten zijn. Met een passende vorm, een goede indeling en voorbereiding van de bodem maak je er een border van die prettig oogt en praktisch te onderhouden is.

Zonnige border met paars salie, gele rudbeckia, gesnoeide rand en bankje in achtergrond

Misschien wil je een kale rand langs het gazon beplanten, of juist een duidelijke overgang maken tussen terras en tuin. Begin dan niet meteen met planten kopen: kijk eerst hoeveel ruimte je hebt, hoe de zon over de plek beweegt en hoe de grond water vasthoudt. Die waarnemingen bepalen de vorm en diepte van de border én helpen je voorkomen dat planten op de verkeerde plek terechtkomen. Daarna kun je de oppervlakte uitrekenen, de bodem voorbereiden en de beplanting logisch verdelen.

Welke plek en vorm passen bij jouw tuin?

Begin met de functie. Een border kan een gazonrand verzachten, een terras afschermen of een lege strook langs een schutting vullen. Teken de buitenlijn eerst met een tuinslang, touw of losse markeringen. Zo kun je vanuit het terras en vanuit het huis bekijken of de vorm prettig loopt en of er genoeg doorgang overblijft. Een vloeiende lijn oogt vaak rustiger dan een reeks kleine bochten; een rechte rand kan juist aansluiten bij een strak terras.

Noteer ook waar de zon op de plek valt. Kijk op verschillende momenten van de dag en houd rekening met schaduw van gebouwen en bomen. Een plek die in de winter donker is, kan in de zomer meer licht krijgen; andersom kunnen bomen in blad een border tijdelijk beschaduwen. Wind, beschutting en plekken waar regenwater blijft staan zijn eveneens van belang. Voor de juiste soorten kun je daarna planten kiezen die bij jouw tuin passen, op basis van de omstandigheden die je hebt waargenomen.

Hoe bepaal je de maat en indeling?

Meet de lengte en breedte van een rechte border en vermenigvuldig die om de oppervlakte te bepalen. Bij een onregelmatige vorm kun je de ruimte opdelen in eenvoudige rechthoeken en driehoeken, de delen afzonderlijk schatten en de uitkomsten optellen. Zet de maten op papier en teken de planten op schaal. Zo zie je vroeg of er genoeg ruimte is voor een pad, een zitplek of de volwassen omvang van de beplanting.

De Royal Horticultural Society geeft als globale richtlijn per vierkante meter vijf vaste planten, drie kleine struiken of één grote struik. Dat zijn alternatieve dichtheden voor verschillende plantgroepen, geen universele plantafstand. De uiteindelijke ruimte hangt af van de volwassen breedte en groeiwijze van elke soort. Gebruik dus de productinformatie van de plant als uitgangspunt en voorkom dat je jonge planten alleen op hun huidige potmaat beoordeelt. De RHS beschrijft daarnaast de pH-schaal als een reeks van 0 tot 14, waarbij pH 7 neutraal is; zo’n meting is vooral nuttig als je vermoedt dat de zuurgraad een rol speelt of planten niet goed groeien. Zie de richtlijnen over meten en indelen van een border bij de Royal Horticultural Society.

Maak vervolgens een eenvoudige hoogteopbouw. Zet grotere of meer structuurrijke planten doorgaans achteraan, en lagere planten aan de rand waar je de border bekijkt. Bij een eilandborder die rondom zichtbaar is, kan de hoogste beplanting in het midden staan. Herhaal groepen van dezelfde plant op een paar plekken om samenhang te krijgen. Laat open ruimte voor planten die zich verbreden en voor toegang tijdens onderhoud. Wil je ook voorjaarskleur tussen vaste planten, dan kun je bloembollen tussen de vaste planten verdelen; noteer daarbij waar je later nog wilt kunnen schoffelen of planten.

Wat vraagt de bodem voordat je gaat planten?

Voel aan de grond en kijk hoe water zich gedraagt. Zandgrond droogt relatief snel uit; kleigrond laat water minder gemakkelijk door. De bodemsoort beïnvloedt dus zowel de keuze van planten als de voorbereiding. Milieu Centraal adviseert organisch materiaal oppervlakkig door de bodem te mengen: dat kan zandgrond helpen vocht vast te houden en kleigrond luchtiger maken. Een dikke laag nieuwe tuinaarde of veel mest is niet automatisch nodig. Op de informatiepagina van Milieu Centraal over een gezonde bodem staat ook dat extra voeding niet vanzelfsprekend nodig is; als mest nodig blijkt, noemt de organisatie maximaal één bemesting per jaar in het voorjaar.

Verwijder gras en hardnekkig onkruid, inclusief wortels waar dat kan, en maak verdichte grond voorzichtig los. Werk niet onnodig diep of vaak: een levende bodem heeft baat bij rust. Gebruik rijpe compost alleen wanneer de bodem daar aanleiding toe geeft. Je kunt compost uit eigen tuin gebruiken; lees over compost maken met tuinresten als je die kringloop zelf wilt opbouwen. Leg na het planten eventueel een dunne, passende bodembedekking aan of gebruik bodembedekkende planten om kale grond geleidelijk te bedekken.

Hoe leg je de border stap voor stap aan?

  1. Markeer de gekozen vorm en controleer de loopruimte. Bekijk de contour ook vanuit de plekken waar je de border meestal ziet.
  2. Meet de lengte en breedte, bereken de oppervlakte en maak een schets met de plaats van de grotere planten, groepen en lage randbeplanting.
  3. Controleer zon, schaduw, wind en bodemvocht. Kies de soorten pas wanneer die omstandigheden duidelijk zijn.
  4. Verwijder gras en wortelonkruid en verbeter de bodem alleen waar dat nodig is. Meng organisch materiaal beperkt en oppervlakkig in.
  5. Zet de planten met hun potten nog op de grond volgens je schets. Verplaats ze tot de groepen goed verdeeld zijn en de loopruimte vrij blijft.
  6. Plant op de diepte van de kluit, druk de grond licht aan en geef water zodat de grond rond de wortels aansluit. Volg bij afwijkende plantinstructies de aanwijzingen voor die soort.

Voorbereiding kan ruim voor het planten gebeuren. De RHS noemt voorjaar en herfst als geschikte seizoenen om te planten; wacht bij het klaarmaken van de grond tot die niet bevroren of drassig is. Een plant die net in de grond staat kan in een droge periode extra water nodig hebben, maar maak er geen vast schema van: controleer eerst hoe vochtig de bodem is.

Hoe controleer je of de border goed uitpakt?

Loop na het planten langs de rand en bekijk de border vanaf het terras, het huis en het tuinpad. Kun je de planten bereiken zonder door de beplanting te stappen? Is er voldoende ruimte tussen groepen voor hun verwachte breedte? Zijn de laagste planten zichtbaar aan de voorkant en blijft er een duidelijke overgang naar het gazon of pad? Verplaats planten die elkaar nu al verdringen voordat ze wortelen.

Controleer tijdens het eerste groeiseizoen of water wegloopt of juist blijft staan, en of planten tekenen van droogte of slechte groei tonen. Kale plekken zijn niet meteen een reden om extra mest te strooien: kijk eerst naar licht, bodemvocht en plantafstand. Houd de border vrij van wortelonkruid terwijl de beplanting zich sluit en laat gezonde plantenresten waar passend liggen. Snoei alleen wanneer dat nodig is voor de vorm of gezondheid van een plant; bij lavendel vraagt het moment en de manier van snoeien om een eigen aanpak, zoals uitgelegd bij lavendel compact houden met snoei.

Een fout op deze pagina? Laat het de redactie weten.